Kruisweg R.K. Kerk Beltrum

2015 kruisweg 2758  Het tot stand komen van de Kruiswegstatie van de R.K. Kerk van de geloofsgemeenschap Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming in Beltrum. GROTE SCHENKINGEN AAN DE KERK; KERKSCHILDERING +/- 1930 Nog voordat de vernieuwing van de kerk voltooid was, kon de Pastoor aan het kerkbestuur meedelen, dat twee grote schenkingen waren gedaan aan de kerk; n.l. één voor de beschildering van het nieuwe priesterkoor en voor een kruisweg in de zijbeuken; groot ƒ 4000.-- en één voor een centrale verwarming; groot ƒ 2500.--.  De beschildering zou worden verricht door de kunstschilder F. Bach. Dat was op 29 april 1929. Toen de Heer Bach na twee jaren, in 1932, nadat er in de voorafgaande jaren weinig tot stand was gekomen, op een vraag van de pastoor antwoordde: " dat hij dit jaar (1932) niets aan de verdere afwerking zou doen wijl hij in Oktober moest verhuizen" en toen hij op een nadere vraag van de pastoor, of hij ook een toeslag verlangde op het nog te verrichten werk, verklaarde, dat hij voor ieder der zes taferelen in het middenschip ƒ 1000.-- moest hebben en voor het grote tafereel in de kruisarm ƒ 2000.-- en dat de kruisweg ƒ 3500.-- tot ƒ 5000.-- zou kosten, was het kerkbestuur eenparig van mening, dat men het beste deed: „van Bach af te zien'. Het was te voorzien, dat het werk nooit klaar zou komen. Bovendien de kosten zouden zo hoog oplopen, dat het 'onaanvaardbaar' door het kerkbestuur moest uitgesproken worden.  Na dat falen heeft Pastoor Van der Horst uitgezien naar een vervanger en meent die gevonden te hebben in de Heer Wenzel in Kevelaar, die enige jaren in Berlijn gewerkt heeft en bereid is de hele kerk met inbegrip van de doopkapel, Theresia-kapel en Kruisweg af te maken voor de som van ƒ 3000.— Bron: De klokken van Beltrum in de bouwgeschiedenis van de parochiekerk door: P.H.C. Engel, o.carm. augustus 1984 1e Statie  Jezus wordt ter dood veroordeeld. Waarop was de veroordeling gebaseerd? Was het een eerlijk proces? Denk aan het werk van Amnesty  International. Maar ook: hoe makkelijk hebben wij ons oordeel klaar? Over voor-oordelen gesproken!  Je zult maar door je vrienden verraden en verlaten worden, nergens gehoor vinden. Hoe zou jij je voelen? 2e Statie  Jezus neemt zijn kruis op. Heb je enig verweer wanneer je als een soort dorpsgek, namaakkoning gehuldigd en uitgelachen wordt? Houd je dan niet liever de eer aan jezelf en neem je dat kruis op je? Hoe zou jij je voelen, afgeschilderd als een misdadiger, uitgemaakt voor boef en voor ieder te kijk gezet?
3e Statie  Jezus valt (voor de eerste maal) onder het kruis. Je bent bedroefd, bang, angstig... je moet een zwaar kruis dragen... duizenden gedachten gaan door je hoofd... ..even niet opgelet, je struikelt en valt…..., wat een afgang; je wilt niets liever dan door de grond zakken, maar dat kan niet. leder kijkt naar je! Herkennen we dat? 4e Statie  Jezus ontmoet zijn bedroefde moeder. Langzaam dringt het tot je door: je bent ter dood veroordeeld, je bent op weg naar je ondergang. En daar zie je je moeder staan aan de kant van de weg. Jij kunt niets doen en zij ook niet. Je bent machteloos.  Je ziet het verdriet. Hoe zou jij je voelen als moeder, als je ziet dat je kind afglijdt naar de dood door onbegrip, onmacht, drugs? Welke pijn gaat er door je heen... erger dan een zwaard? Wie is je moeder? Wat betekent zij? Mogen we haar ook een 'dwaze moeder' noemen? 5e Statie  Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen. Wat een geluk: iemand kruist je pad en wordt al of niet gedwongen jouw kruis mee te dragen, om jou te helpen. Eindelijk iemand die een hand uitsteekt. Neem je die aan of wijs je de hulp af? Er zijn kinderen bij: Rufus en Alexander. Betrek je kinderen bij jouw lijden/noodlot? Is dat ethisch? Familie en bekenden, waar zijn ze in je nood? Van vreemden moet je het hebben! Vreemden, neutralen: het Rode Kruis, Artsen zonder Grenzen? 6e Statie  Veronica droogt het gezicht van Jezus af. Veronica, een van de mensen aan de kant van de weg. Zij ziet je ploeteren, ziet het zweet, ziet het bloed. Spontaan springt zij in. Of kende ze je, volgde zij jou? Wist zij uit eigen ervaring wat het is om steeds voor schut te staan? Was zij misschien een soort 'bij-stands-moeder'? Veronica: een mens die gewoon helpt, die je nabij is, overal waar leed en verdriet, waar mensen in moeilijkheden zijn. Veronica, een naam om niet te vergeten: zij die zege brengt; of zoals in de Middeleeuwen werd gezegd 'vera iconia': het ware gezicht laten zien. Het gezicht van een geboren naaste. Lijkt het onze daar ook op?
7e Statie  Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis. De lijdensweg ging door. Verder en verder ging het, opgejaagd door de massa. Zo is nu eenmaal het leven, of niet soms? Jezus wilde verder, richting Gods koninkrijk, richting vrede en nam ongemak, pijn en lijden op de koop toe. Een losprijs voor velen! Maar er is zoveel tegenstand. De weg naar vrede kent duizenden obstakels. Geen wonder dat een mens bezwijkt, valt, zich niet staande kan houden als ieder je uitlacht, stiekem geniet van je afgang of gespannen op een wonder wacht. Alle krachten moet je aanwenden om op te staan en door te gaan. Je moet van goeden huize komen en gemotiveerd zijn om niet op te geven. Het justitiepastoraat kan verhalen vertellen van mensen die voor de tweede maal gevallen zijn. 8e Statie  Jezus troost de wenende vrouwen. Daar sta je, daar ga je, eén mens die werd gerespecteerd, maar die tegelijkertijd werd veroordeeld. De omstanders zijn verdeeld: de helft is voor, de ander is tegen. Een unhappy gevoel. Ook nu kiest Jezus partij en troost de vrouwen die weeklagen, die meelijden, die het verschrikkelijk vinden wat er gebeurt, die zeggen en zien dat er zo geen toekomst meer is. Hoe vaak voelen wij ons onmachtig bij het zien van het onrecht dat om ons heen gebeurt? Op wie kunnen we dan rekenen, wie is solidair in die omstandigheden? 9e Statie  Jezus valt voor de derde maal onder het kruis. Het wordt te veel; de last die Jezus moet dragen is ondraaglijk. Een steen, een oneffenheid in de weg, een opmerking die kwetst. Het is te veel. Hij struikelt en valt, de zware last bovenop Hem. Herkennen wij dat? Je doet je best en alle moeite, je probeert je staande te houden, op weg te blijven, maar dan gebeurt er iets en je gaat opnieuw onderuit. Vind je nog kracht om op te krabbelen, om verder te gaan? 10e Statie  Jezus wordt van zijn kleren beroofd. Eindelijk op de plaats van bestemming, het einde van de martelgang. Even op adem komen, denk je, en dan worden je de kleren van het lijf gerukt. Daar staat Jezus dan, boven op de berg Golgota: kaal, naakt, bloot, zonder bescherming. Kleren maken de man! Kleren geven bescherming tegen kou en hitte. Maar weg is het mooie kleed, uit één stuk geweven door Maria, zijn moeder, dat als een tweede huid om Hem heen zat. Hoe zouden wij ons voelen als alles wat ons dierbaar is, waar we ons thuis bij voelen, ons wordt afgenomen? Geen huis meer, geen ouders, Al je eigenheid is weg. Je staat daar en hebt niets meer om het lijf, bent nergens meer, niemand, niets. Je schaamt je en zou het liefst door de grond willen zakken.
11e Statie  Jezus wordt gekruisigd. Vastgebonden worden, geen kant meer uit kunnen. Het maakt je angstig en klein. Maar dat is nog niet alles: Jezus wordt vastgespijkerd, vastgepind. Hij is net als alle andere misdadigers, veroordeelden. Hij is een gevaarlijk mens. Kunnen wij ons dat indenken? Vastgepind worden op één (verkeerd) woord. Geen kant meer op kunnen, niets in te brengen hebben. Anderen hebben over jou beslist. Je bent verkeerd, een mens te veel, iemand die uitgeroeid moet worden, niet langer meer mag spreken, niet meer mag leven. Aan een kruis genageld worden, muurvast zitten, te kijk voor iedereen. 12e Statie  Jezus sterft aan het kruis. Jezus hangt aan het kruis. Onder Hem enkele soldaten die vol ongeduld wachten op zijn dood, want ze willen naar huis, hun diensttijd zit erop. Jezus schreeuwt het uit: 'God, mijn God, waarom heb Je Mij verlaten?'. Maar er komt geen antwoord. Dorst heeft Hij en een spons met zure wijn — goedkoop! — wordt op een stok naar zijn lippen omhoog geheven. Maar het hoeft niet meer. Het is volbracht. Jezus boog zijn hoofd en gaf de geest. De zon kon het niet langer aanzien en verbleekte. Het werd donker in heel de omgeving. Alleen stilte kan nu aangeven wat er toen gebeurde.  — stilte — Machteloosheid overvalt ons ook nu weer, telkens als wij zien dat onschuldige mensen vermoord worden, kinderen verminkt voor het leven, vrouwen verkracht, mannen verdonkeremaand, een toekomst zonder hoop. 13e Statie  Jezus wordt van het kruis genomen. Sprakeloos zien de mensen toe hoe een goed mens sterft, hoe de Stem van God wordt gedoofd. Dan komt Jozef van Arimatea — een bewonderaar? — en zorgt dat het lichaam van Jezus nog voor de sabbat in een graf kan worden gelegd. Van vreemden moet je het hebben, want je vrienden zijn weggevlucht of kijken op een afstand toe, durven niet. Herkennen we dat? Wegvluchten van het kwaad dat gebeurt, er niets mee te maken willen hebben, erover zwijgen? Of, als het kwaad geschied is, toch nog proberen iets te doen, je onmacht omzetten in een gebaar van troost. Je medeleven tonen, een kaartje sturen, alsnog je gezicht laten zien. 14e Statie  Jezus wordt in het graf gelegd. Jozef van Arimatea legt het lichaam van Jezus in een nieuw graf, dat pas is uitgehakt. Een grote steen wordt voor het graf gerold zodat niemand erbij kan, geen dief en geen dier, geen mens die verkeerde bedoelingen heeft.  De vrienden van Jezus trekken zich terug, zonderen zich af. Ze weten ook niet hoe het verder moet, want alle hoop is de bodem ingeslagen. Voorbij is de mooie toekomst. Zand erover. Niet meer over praten. Vergeten en vergeven. Hoe vaak horen wij vandaag de dag niet hetzelfde geluid? De dodenherdenking van 4 mei afschaffen, want het is al zo lang geleden. Wat voor zin heeft het om te gedenken? Of zeggen we: blijf gedenken, durf te zien wat gebeurd is om te zorgen dat dit nooit meer gebeurt? En hiermee eindigen de veertien 'staties'